Richtlijnen voor artikels in Vlaamse Stam

  1. Enkele nuttige tips voor auteurs

• De artikels worden ondertekend door de auteur(s) onmiddellijk onder de titel. Elke auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn of haar eigen artikel, inclusief de daarin gebruikte afbeeldingen. Er worden geen auteurvergoedingen betaald voor het schrijven van artikels voor Vlaamse Stam, noch voor het publiceren van artikels in het tijdschrift.

• De redactie deelt aan drukker mee of het artikel in twee of drie kolommen moet weergegeven worden. Indien u als auteur een voorkeur voor twee of drie kolommen heeft, dient u dit te vermelden bij het inzenden van uw artikel.

• Tekstcitaten in oudere vormen van het Nederlands of in andere talen worden cursief weergegeven.

Voorbeeld: Deze behuysde erfve was in 1780 eigendom van Jacobus Augustinus Veroustraete. Deze woning bevond zich langs de voetwech naer Thielt of straete naer den Cnock, dit wil zeggen: de huidige Marktstraat.

  2. Afkortingen

 ALGEMEEN

KBR Koninklijke Bibliotheek Albert I
BS Registers Burgerlijke Stand
PR Parochieregisters
FA Familiearchief
KA Kerkarchief
PA Provinciaal archief
Hs Handschrift
RK Rekenkamer
SA Stadsarchief
ib. ibidem (op dezelfde plaats)
o.c. (opere citato) in het aangehaalde werk

 

RIJKSARCHIEF

AR Algemeen Rijksarchief
RAB Rijksarchief Brugge
RAA Rijksarchief Antwerpen
RAK Rijksarchief Kortrijk
RAL Rijksarchief Leuven
RAG Rijksarchief Gent
RABW Rijksarchief Beveren-Waas
RAH Rijksarchief Hasselt
AE Archives de l’Etat (in Wallonië)

Archieven of archieffondsen uit een bepaalde streek korten we als volgt af:

• archieven:

SA Brugge Stadsarchief Brugge. Hier kan aan toegevoegd worden: "verder afgekort SAB"
SA Antwerpen Stadsarchief Antwerpen, verder afgekort SAA

 

• archieffondsen:

- Schepengriffies van het Arrondissement Brussel, verder afgekort SGB.

- SGL: Schepengriffies van het Arrondissement Leuven (Fr. GSL).

- Leenhof van Brabant, verder afgekort LB.

- Fonds (of familiearchief) d’Ennetières, verder afgekort F d’Enn.

Noot: De archieffondsen zijn dikwijls bekend voor een vorser uit de streek maar niet voor zoekers die nog niet in contact kwamen met archieven uit die bepaalde streek. Gelieve hiermee rekening te houden en voldoende informatie in uw referentie op te nemen.

Andere gebruikelijke afkortingen:

s.p. zonder paginavermelding
vert. vertaald
p. pagina (kan weggelaten worden)
pp. een artikel dat te vinden is over een aantal bladzijden, bvb. pp. 420-429. 3

 

3. Voetnoten

 De Redactie koos voor voetnoten, dus niet voor eindnoten. Gelieve de voetnoten niet als gewone tekst in te tikken.

Liefst geen voetnoten plaatsen na de hoofdtitel of eventuele subtitel van uw artikel. Bij voorkeur ook geen voetnoten plaatsen in de tekst van een tabel of in aparte tekstkaderstukken. Houd de inhoud van de voetnoten zo beknopt mogelijk.

De nummers van de voetnoten moeten onmiddellijk op de laatste letter van een woord volgen of na het leesteken op het einde van een zin.

Voorbeeld 1: Hij was schepen van deze heerlijkheid1 van 1688 tot 1702.

Voorbeeld 2: Zij heeft dit gevonden in een artikel in Vlaamse Stam.2

Er zijn twee soorten voetnoten:

- Verklarende voetnoten geven een nadere toelichting bij de tekst. Wees zo zuinig mogelijk met dit soort noten en neem het merendeel van de informatie op in de tekst van het artikel.

- Verwijzende voetnoten geven een verantwoording waar de gegevens gevonden werden. Er wordt in deze voetnoten dus verwezen naar bronnen en literatuur. We maken een onderscheid tussen een bronnenopgave en een literatuurverwijzing.

Bronopgaven

Bronopgaven verwijzen naar archiefstukken. We noteren bij de bronnenopgave achtereenvolgens:

- de archiefbewaarplaats. Afkortingen zijn toegestaan. (zie hoofdstuk afkortingen);

- het fonds of het archief waaruit een stuk afkomstig is, vb.: Gemeentearchief Heule, Kerkarchief Heule, Oud stadsarchief Kortrijk (OSAK), Modern Stadsarchief Kortrijk (MSAK), Bruine pakken, Aanwinsten (Aanw.), Fonds Colens, Familiearchief d’Ennetières (F. d’Enn.), enz. Het kan dat na een archief het fonds wordt vermeld, bv. OSAK, W(eeskamer), OSAK, A.C. (akten en contracten), OSAK, St.v.G. (losse staten van goed) (voor correct gebruik: zie hoofdstuk afkortingen):

- het inventarisnummer, vb.: F d’Enn., 1966; bij gebrek aan inventaris kan het doos- of planknummer volstaan. Soms wordt verwezen naar een voorlopig nummer (voorl. nr.);

- het archiefstuk, vb.: Kerkrekening Bissegem 1507-1508 (tussen haakjes plaatsen); bij herhaaldelijke verwijzing naar een zelfde archiefstuk kan dit worden weggelaten.

- (eventueel) het folionummer: we vermelden wel recto of verso (r° of v°), tenzij in de bron pagina’s worden vermeld.

Voorbeelden:

Rijksarchief Kortrijk, Fonds d’Ennetières (verder afgekort F. d’Enn.), 1966 (Kerkrekening Bissegem 1507-1508), f° 2v°.

Ofwel via afkorting: RAK, Aanwinsten VI, 4512 (Landboek van Heule 18de eeuw).

1 Tekst voetnoot 1.
2 Tekst voetnoot 2.

Literatuurverwijzing

1. Verwijzing naar een boek:

- de auteursnaam: de voornaam (enkel de initiaal) komt met een spatie vóór de familienaam in hoofdletters, gevolgd door een komma. Bij meerdere auteurs kan men zich beperken tot de naam van de eindredacteur, gevolgd door red.; het kan ook de uitgever zijn (ed.);

- plaats van uitgave. Meerdere uitgaveplaatsen worden gescheiden door een schuine streep, vb.: Antwerpen/Baarn; gevolgd door een komma; indien de plaats van uitgave niet wordt vermeld schrijft men s.l. (sine loco). Indien gewenst kan ook de uitgeverij worden vermeld;

- jaar van uitgave gevolgd door een punt indien niets meer volgt. Wanneer er nog een pagina-aanduiding volgt, dan gebruikt men na het jaartal een komma. Indien het jaartal ontbreekt, schrijft men "s.d." (sine dato);

- het nummer van de pagina, wanneer naar een bepaalde bladzijde wordt verwezen. Bij meerdere opeenvolgende pagina’s in een boek, plaatst men een koppelteken tussen de eerste en laatste paginanummer.

Indien herhaaldelijk naar een zelfde werk wordt verwezen, kan de titelbeschrijving worden ingekort op deze wijze: naam auteur, de afkorting o.c. (opere citato, in het aangehaalde werk), en de betrokken pagina’s.

Bij een herhaaldelijke verwijzing naar een zelfde publicatie in een artikel of in opeenvolgende voetnoten, kan het gebruik van IBIDEM (in kapitaal) volstaan, gevolgd door de betrokken pagina’s.

2. Verwijzing naar een artikel in een tijdschrift:

- de naam van de auteur (zoals hiervoor beschreven),

- de titel van het artikel (niet cursief); gevolgd door ‘in:’,

- de titel van het tijdschrift: indien herhaaldelijk naar een zelfde tijdschrift wordt verwezen kan een lijst van afkortingen worden aangelegd (bijvoorbeeld Bk voor Biekorf) in cursief,

- het jaargangnummer (in Romeinse cijfers), gevolgd door het jaar van uitgave (in Arabische cijfers) tussen haakjes. Wanneer de jaargang niet wordt vermeld, graag verwijzen naar het deelnummer,

- bij doorlopende paginanummering het cijfer van de pagina(’s) geven; bij een niet-opeenvolgende reeks pagina’s geeft u de nummers van de betreffende pagina’s, met komma’s tussenin.

Voorbeelden:

M. LAGRANGE e.a., Vier eeuwen Delagrange, Delagrense, Lagranse in de streek van Leie en Schelde, s.l., 1988, 5.

J. ROELSTRAETE, Handleiding voor genealogisch onderzoek in Vlaanderen, Roeselare, 1998, 400.

F. NAERT, Het O.L.Vrouwhospitaal te Kortrijk (van circa 1211 tot 1486), Licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit Leuven, 1964, 15, 19.

R. CAUWE, Harelbeekse geestelijkheid tijdens de ‘beloken tijd’, in: De Leiegouw, XVII (1975), 185-193.

J. VAN ISEGHEM, De afkomst van Guido Gezelle, in: Guido Gezelle 1899-1999. Tien reken en een toovertik, Oostkamp, 1999, 15. (wanneer naar een bijdrage in een boek wordt verwezen)

P. THIERS, Stijn Streuvels en het Heulse Gangske, in: Heulespiegel, nr. 29 (1999), 2. 5

J. LINDEMANS, Toponymische verschijnselen geografisch bewerkt, Zele, in: Handel. Kon. Comm. Topon. en Dialectologie, XXII (1948), pp. 93-128.

De Cartografie in de 18de eeuw en het werk van graaf de Ferraris (1726-1814). Internationaal Colloquium Spa, 8-11 Sept. 1976. Handelingen, Brussel, 1978 (Gemeentekrediet, Histor. Uitgaven, nr. 54).

J. MERTENS, Landschap en geografie in het Zuiden 1300-1480, in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden, II, Haarlem, 1982, pp. 40-47.

B. AUGUSTYN, Zeespiegelrijzing, transgressiefasen en stormvloeden in maritiem Vlaanderen tot het einde van de XVIde eeuw, 2 dln., Brussel, 1992.

4. Afbeeldingen

Gelieve bij elk artikel minstens drie kwalitatief goede afbeeldingen mee aanleveren, waarbij u over de nodige rechten beschikt om deze te laten publiceren.

Om een afbeelding te kunnen afdrukken op een bepaalde grootte, moet men rekening houden met het nodige aantal beeldpunten. Voor ons tijdschrift is 300 dpi (dots per inch) nodig of circa 12 punten per mm (1 inch = 2,54 cm).

De drukker vraagt bij voorkeur afbeeldingen in TIFF- of EPS-formaat. JPG-formaat kan eventueel ook, maar TIFF-/EPS-bestanden genieten de voorkeur. U dient steeds afbeeldingen aan te leveren in voldoende hoge resolutie.

Gelieve ALTIJD de afbeeldingen afzonderlijk mee sturen met de tekst, dus niet (enkel) geïntegreerd in het artikel.

Graag in de tekst van het artikel in het rood aanduiden waar afbeeldingen moeten komen:

- op een vaste plaats in het artikel:

Plaats hier afbeelding DSCND0457 (vaste plaats) met bijschrift:
De hoeve van waaruit Jan Janssens als soldaat naar de WO I vertrok (Foto: Piet Pieters)

- op een plaats naar keuze binnen het artikel:

Plaats hier afbeelding DSCND0457 (plaats naar keuze) met bijschrift:
De hoeve van waaruit Jan Janssens als soldaat naar de WO I vertrok (Foto: Piet Pieters)

Graag telkens dezelfde naam gebruiken voor de afbeelding, dus zowel in het artikel als in de bestandsnaam van de afbeelding.

Artikels voor Vlaamse Stam mogen gestuurd worden naar hoofdredacteur Wilfried Devoldere, via redactie@familiekunde-vlaanderen.be.

Meer info omtrent het tijdschrift van Familiekunde Vlaanderen? redactie@familiekunde-vlaanderen.be